SpraakOntwikkelingsStoornis (SOS) / spraakachterstand

Een spraakontwikkelingsstoornis is een overkoepelde term voor kinderen die vanuit verschillende oorzaken moeite hebben met het verstaanbaar spreken. Duidelijk en verstaanbaar leren praten is een proces dat zich stap-voor-stap ontwikkelt. Het verfijnen en beter leren aansturen van deze bewegingen gaat door tot ver in de basisschoolleeftijd. Meestal is de uitspraak pas meer stabiel tussen ongeveer zeven en twaalf jaar.

Als kind leer je stap-voor-stap controle te krijgen over het op de juiste wijze leren bewegen en vooral laten samenwerken van al je spraakspieren. Klanken, woorden en zinnen kunnen alléén ontstaan als je je mondspieren ook op de juiste manier beweegt. Er zijn áltijd spierbewegingen nodig om tot de uitspraak van klanken in woorden te kunnen komen.

Veel kinderen met spraakontwikkelingsstoornissen (SOS) of -achterstanden vinden het nog moeilijk om al deze verschillende spraakspieren (zie uitleg op andere pagina’s) op de juiste manier te bewegen.
Zij hebben dan nog geen of onvoldoende controle over hun spraakmotoriek (dus onvoldoende spraakmotorische controle).

Bij hele jonge kinderen met een normale spraakontwikkeling zijn deze bewegingen eerst nog groot en basaal. Dan zijn kinderen vaak nog niet goed te verstaan, omdat ze klanken weglaten of vervangen voor andere klanken. Ze hebben dan nog weinig controle over hun spierbewegingen voor spraak (=spraakmotoriek). Deze kinderen gebruiken dan meestal nog eenvoudige taal.

Hoe ouder het kind wordt, hoe meer de spraakmotoriek zich verder gaat ontwikkelen.
De spraakbewegingen worden steeds kleiner en verfijnder.
Dit hebben kinderen nodig om in langere en complexere zinnen nog steeds verstaanbaar te kunnen zijn. 

Bewegingen die je maakt met je gehele lichaam (lopen, kruipen, klimmen, rennen e.d.) noem je ‘motoriek‘. Tijdens het praten moet je ook de spierbewegingen van je hele lichaam nog onder controle kunnen houden (bv. praten tijdens lopen, rennen, tekenen, springen etc). 

Maar waarom zijn bepaalde klanken, woorden of zinnen voor jonge kinderen nog te moeilijk om verstaanbaar uit te kunnen spreken?

Om bijvoorbeeld een “t” of “k” uit te spreken heb je controle nodig over je tongbewegingen. En voor bv. de “s”, “z”, “l” heb je nóg veel verfijndere controle nodig over je spierbewegingen van je tong.
“s” of “l” te kunnen uitspreken, heb je verfijnde controle  over je tongbewegingen nodig. 
Om een “f” of “v” goed te kunnen uitspreken, heb je écht controle nodig over verfijnde lipbewegingen…

En wist je dat je daarvoor ook controle nodig hebt over de kaak- en lipbewegingen?

Een kind met een spraakontwikkelingsstoornis (SOS) of spraakachterstand is vaak een langere periode dan je gemiddeld is voor de leeftijd moeilijk te verstaan

Om goed verstaanbaar te kunnen praten, moeten al die spieren (als een soort ’team’) met elkaar leren samenwerken.
Het is niet één spier die beweegt, maar vele spieren werken samen, nauwkeurig op elkaar afgestemd (qua timing en coördinatie), zodat een kind goed verstaanbaar kan praten.
Een kind heeft hier de tijd voor nodig. Het is complex proces dat doorgaat tot ver in de schoolleeftijd.
Het praten is dus een ontwikkelingsproces waarbij een kind steeds beter leert om die complexe spierbewegingen uit te voeren.

Als een kind bepaalde spierbewegingen nog niet kan maken, hoor je dat terug in de uitspraak. 
Bijvoorbeeld wanneer het nog onvoldoende controle heeft over de verfijnde tongbewegingen, zal het:
– “top” zeggen in plaats van “sop”
– “teen” in plaats van “steen” 
– “teeteti” in plaats van “tekening”

Hoe meer taal een kind begrijpt en ook gaat gebruiken des te verfijnder en specifieker moeten alle spieren met elkaar samenwerken.

Zéker wanneer kinderen in 1) langere zinnen spreken, 2) snel praten of 3) praten tijdens wat meer emotie (enthousiasme, boosheid, verdriet) vraagt dit nóg meer controle over het verfijnd en geïntegreerd bewegen (de samenwerking) van alle verschillende spraakspieren. Op die momenten zijn deze kinderen nóg minder goed te verstaan en laten zij weer klanken weg, of vervangen ze deze weer, terwijl ze dit op woordniveau wél goed konden. Het is dan ook vanuit de spraakmotoriek goed verklaarbaar waarom kinderen bepaalde klanken in woorden wél goed kunnen uitspreken, maar in hun spontane zinnen deze klanken weer weglaten of vervangen. Het uitspreken van losse woorden is namelijk spraakmotorisch veel eenvoudiger dan wanneer de zinnen steeds langer worden.
Voor meer specifieke uitleg over dit onderwerp:
Wat is spraakmotoriek? [KLIK HIER]

Een logopedist met een aanvullende opleiding tot PROMPT-therapeut, kan observeren of een kind nog problemen ervaart in de spraakmotoriek en kan een kind helpen steeds meer spierbewegingen onder controle te leren krijgen. Dit noem je spraakmotorische therapie. Een PROMPT-therapeut zal vanuit een holistische filosofie spraak behandelen binnen betekenisvolle taal voor het kind, zodat het deze taal kan gebruiken in de dagelijkse communicatie met personen die voor het kind belangrijk zijn.
‘Wat is PROMPT?’ [KLIK HIER].
Vind een PROMPT-therapeut’ KLIK HIER].

error: Content is protected !!